Teksten uit de cisterciƫnzer traditie

Ivo: Ik denk dat we eerst moeten spreken over wat vriendschap eigenlijk is. Als we immers geen klaar inzicht hebben in het uitgangspuntvan ons gesprek zou heel het verdere verloop wel eens in het vage kunnen blijven.

Aelred: Voldoet je niet wat Cicero zegt: 'Vriendschap is eensgezindheid in natuurlijke en bovennatuurlijke zaken, met daarbij een diepe genegenheid en een houding van welwillendheid' (De Amicitia 20)?

Ivo: Als deze bepaling u voldoet dan ben ik er ook mee tevreden.

Aelred: Mogen we dan zeggen dat we het diepste van de vriendschap bereikt hebben, zodra we eensgezind zijn in natuurlijke en bovennatuurlijke zaken en we met welwillendheid en genegenheid hetzelfde verlangen?

(...)

Aelred: Een vriend kun  je de behoeder van de liefde noemen, of, zoals sommigen het liever uitdrukken, de behoeder van de ziel zelf; want mijn vriend moet de behoeder zijn van onze liefde of van mijn ziel zelf' zo moet hij in trouw stilzwijgen zielsgeheimen kunnen bewaren en de gebreken die hij ontdekt verdragen of, in de mate van het mogelijke, genezen; de vreugde en het leed van zijn vriend is ook zijn vreugde en leed, ja alles wat zijn vriend aangaat, raakt ook hem persoonlijk.

(...)

Aelred: (...) Geloof me vrij: wie iemand krenkt na hem in zijn vriendschap te hebben opgenomen, kan geen echte vriend geweest zijn; maar ook omgekeerd: wie gekrenkt ophoudt zijn vriend lief te hebben heeft nooit de diepte van ware vriendschap gesmaakt. 'Een vriend bemint immers altijd'. Al wordt hij beschuldigd, gekrenkt, op de brandstapel gebonden of zelfs aan een kruis genageld, 'een vriend bemint altijd'; en zo spreekt ook Hiëronymus: 'Een vriendschap die kan verdwijnen is nooit echt geweest' (Epist.3,6).

Aelred van Rievaulx (vertaling Ida van Brabant)
Uit: De geestelijke vriendschap

< terug naar het overzicht

armoede, gehoorzaamheid, zuiverheid Cisterci&eumlnzergroep Sion