Waarlijk, het klooster is een
paradijs,
een plaats, versterkt door een wal van tucht,
waar men in
overvloed kostbare schatten en rijkdom vindt.
Heerlijk en wonderbaar is
het
dat mensen hetzelfde huis bewonen
in éénheid van hart
en gevoelen!
'Zie hoe goed en hoe weldadig,
broeders te wezen en samen te
zijn!' (Psalm 133,1)
Hier in dit huis kun je zien:
hoe een broeder
treurt en weent over zijn zonden,
en hoe een andere jubelend Gods lof
bezingt;
hoe een broeder altijd tot dienst bereid is,
en een andere
zijn medebroeders onderricht.
Daar zie je een broeder in gebed,
of het
Woord Gods lezend en overwegend.
Weer een andere broeder is liefdevol en
barmhartig,
en gene doet boete voor de zonden.
Deze brandt van
liefde,
een andere munt uit in nederigheid.
Daar is een broeder,
bescheiden in voorspoed,
terwijl een andere groot is in tegenspoed.
De
ene broeder slooft zich uit bij het werk,
en een andere is tot rust gekomen
in contemplatie.
Zo kun je zeggen:
'Hier is het leger van God.
Hoe
ontzagwekkend is deze plaats!
Ja, waarlijk, dit is het huis van God
en de poort van de hemel.' (Gen.28,17)
Bernardus
van Clairvaux
Uit: Toespraken over verschillende onderwerpen 42,4