Klein Kapittel

Januari 2012


Passio (4)

In de serie PASSIO spreek ik over de krachten in mij die mij doorgaans aanvankelijk van God verwijderen,en die juist hunkeren naar hun oorspronkelijke ordening naar God toe.

Hebben

Hebzucht maakt niet gelukkig, dat wordt in alle tijden heel duidelijk aangevoeld. Degenen die het gemakkelijkst sober kunnen leven, zullen zich de rijkste mensen achten. Want weinig nodig hebben is beter dan veel bezitten. (Regel van Augustinus III,5) Aan deze aloude wijsheid van Augustinus (430†) mag in onze dagen de bekende uitspraak van Gandhi (1948†) worden toegevoegd: De aarde biedt voldoende om ieders behoefte te bevredigen maar niet ieders hebzucht. Vaak zit ik met mijn hebzucht mijn eigen geluk en dat van anderen in de weg. Dat wordt in deze uitspraken tamelijk duidelijk en doorgaans voelen we dat uit onszelf ook al feilloos aan. In deze PASSIO wil ik de hebzucht daarom op een andere manier benaderen. Ik wil de hebzucht bevragen op zijn verdienste: hoe kan de drang tot hebben mij juist op weg helpen naar God? Van nature streven we naar wat beter is, nooit zijn we ergens tevreden mee, aldus Bernardus van Clairvaux: Neem bijvoorbeeld een man die een mooie vrouw heeft. Die kijkt dan met brutale blikken of gedachten naar een nog mooiere vrouw. Wie dure kleren draagt, zet zijn zinnen op nog duurdere kleren, wie grote rijkdom bezit, is jaloers op een nog rijkere. Er zijn geen grenzen. Is het dan vreemd dat mensen geen rust kunnen vinden voordat ze het hoogste of beste hebben bereikt? (God liefhebben 18). Waar volgens Bernardus het hoogste en beste te vinden is zal wel duidelijk zijn. Alleen in God is rust te vinden – maar het is dan wel onze rusteloze hebzucht die geen rust kent die ons naar God toe leidt, als onze hebzucht tenminste niet onderweg ergens blijft steken.
Maar is het niet wat hebberig? Je kunt God toch niet ‘hebben’? Het is frappant hoe er in de liefde vaak wordt gesproken over het elkaar willen hebben. Wie naar een romantische film kijkt, kan van een huisgenoot te horen krijgen Hebben ze elkaar al? Een vraag met een knipoog, maar er zit iets dieps in verscholen. Elkaar hebben is elkaar volkomen toebehoren. In de Regel van Benedictus klinkt dat haast huiveringwekkend. Wie monnik wil worden, moet al zijn bezittingen uitdelen. Dat is nog te begrijpen, een monnik heeft geen eigen bezit. Maar Benedictus doet er expres een schep bovenop door te zeggen hij houdt niets voor zichzelf, want hij weet dat hij vanaf die dag zelfs geen macht meer heeft over zijn eigen lichaam (RB 58,25). Dat klinkt wat eng, maar het krijgt al gauw een warme klank in de cisterciënzer spiritualiteit die in het Hooglied zoveel herkenning vond van de eigen ervaring met God. Hier kan de hebzucht er volop zijn, maar dan ook werkelijk volop en voluit, rusteloos voortzoekend totdat het hart rust vindt in de verzuchting: Mijn Beminde is van mij, en ik ben van Hem (Hooglied 2,16).

Broeder Alberic

< terug naar het overzicht

armoede, gehoorzaamheid, zuiverheid Cisterci&eumlnzergroep Sion