Een van de leukste dingen van vakantie is het om
paadjes te ontdekken. ‘Kijk een paadje – waar zou het naartoe
gaan?’ Zo ontdekte ik tijdens een wandelvakantie langs de kust van
Bretagne een paadje dat in een heel smal trappetje overging, steil naar beneden
langs een steile, tamelijk hoge rotskust. Voorover bukkend zag ik dat het naar
een klein plateau midden op de rotswand leidde. Er kon daar precies
één persoon staan, veilig omheind door een reling. ‘O, ik
kom nog weleens zo’n paadje tegen’, dacht ik bij mezelf en ging
verder. Het wandelavontuur was pas begonnen en het vuur van ‘verder,
verder’ zat er nu eenmaal nog teveel in. Terwijl ik wegliep van het
rotspaadje voelde ik al een onheilspellende spijt opkomen. Een akelige nagalm
van de stem die me zei: ‘Blijf toch, ga toch naar beneden, ga even zitten
daar, tussen hemel, aarde en zee in!’ Er was niets aan ted oen: de andere
stem, de stem van de ezeldrijver, had harder geklonken en had het
gewonnen.
Op mijn verdere tocht werd ik tot mijn afgrijzen grotendeels
van de kustweg gehouden. Geen rotskusten meer. Het ene landgoed na het andere
hield dekust strook in privé‐handen. Daar liep ik dan over de weg,
met mijn rugzak zwaar op me wegend. Auto’s raasden langs me. Een
platgereden adder leek de enige, minder prettige ongerepte natuur die ik nog
tegenkwam. Hoe ziellozer de route werd, hoe meer het Pad Naar Beneden met
schrijnend grote hoofdletters zich begon te roeren in mij. Waar was ik aan
voorbij gelopen? Wat zou er gebeurd zijn als ik naar beneden was afgedaald? Wat
was ik misgelopen? Het werd bijna een obsessie. Jaren later, tot op heden
eigenlijk, is dat paadje voor mij tot een soort van symbool geworden. Wat er
gebeurd zou kunnen zijn als ik afgedaald was, is eigenlijk wel duidelijk. Wat
gebeurt er met een theologiestudent die het zich gunt om op een stukje rots te
zitten, bungelend tussen een onmetelijke oceaan onder zich en nog onmetelijker
hemel boven zich? Dan blijft er niets over dan God. Dat ik dat paadje aan me
voorbij liet gaan, had daar waarschijnlijk mee te maken. Niet eens het
vermijden van het naar beneden gaan. Een prachtige onuitwisbare ervaring
opdoen, religieus of niet, is voor een jonge toerist alleen maar aantrekkelijk.
Nee, het enge waar ik aan voorbij was gelopen, had waarschijnlijk vooral te
maken met het weer naar boven komen. Om zo vanuit een in God versmolten hemel
en aarde tevoorschijn te komen. Om het land op te klauteren als een nieuw wezen
in de evolutie dat overal God zou zien in zich en om zich heen. Om als een blote
kwetsbare Adam die als eerste van allen de schepping mag zien, zomaar uit Gods
hand komend, met God bijna tastbaar aanwezig, het paradijs in te lopen. Al
wordt het paradijs genoemd en klinkt het aantrekkelijk om er binnen te gaan,
bedenk dan daarbij wel: één onbekend paadje ontdekken is leuk.
Ronduit bedreigend wordt het om de wereld te beleven als het paradijs, het
koninkrijk van God, waar je van geen enkel paadje weet waar het op uit loopt.
Alleen de weg van God opent zich voor je, met een zicht op de weg tot hooguit
één voetstap voor je uit, zonder verdere routebeschrijving
vooraf. Nee, dan is voortsjokken met een zware rugzak met een brandende zon op
je toch beter. Dan weet je, al is het zwetend en zwoegend, waar je aan toe
bent, waar je heengaat, wat je volgende doel is.
‘Kijk een paadje
– waar zou het naartoe gaan?’ Die ontdekkersvreugde van een
avontuurlijke vakantieganger ken ik nog steeds wel, al komt haast
onvermijdelijk het besmuikte gevoel van wat ik die ene keer misliep erachteraan
hobbelen. Daar valt mee te leven, vooral nu ik, als monnik, eigenlijk nooit meer
echt ‘opvakantie’ ga. Wat erger is, is dat ik dit paadje elke dag
tegenkom. En voortsjok. Nog even dit, nog even dat, er komt nog wel zo’n
gelegenheid. Ja ja. Wanneer leer ik eindelijk eens vakantieganger te worden.
Vakantie te nemen, vacare zoals het in het Latijn heet. Vacare Deo. Vrij zijn
voor God. Is dat nu echt zo doodeng? Nee, echt doodeng is het als ik mezelf zie
als voortsjokkend, voortsjokkend,voortsjokkend tot mijn laatste
ademtocht.
Broeder Alberic