Klein Kapittel

April 2010


Ingelogd

Hoe zou Benedictus gesproken hebben in de taal van onze tijd als hij nu even terug zou komen? Ik weet het niet. Ach, hoe graag zou ik eens in een hoekje met hem willen samen zitten en van hem horen hoe hij alles wat hij in zijn Regel schreef zelf heeft beleefd en bedoeld. Laat ik eens een poging wagen en een scenario schrijven voor een sketch.

Stel je voor. Twee jonge monniken hebben een oude broeder bereid gevonden om voor de H. Benedictus te spelen. Ze gaan naar hem toe. 'Vader Benedictus, allereerst onze hartelijke dank dat wij u zomaar mogen interviewen, helemaal super! We hebben een brandende vraag. U schrijft in uw Regel dat het leven van een monnik eigenlijk altijd zou moeten zijn als in de Veertigdagentijd, de tijd van voorbereiding, dus vóór Pasen. Wij vinden dat eigenlijk maar raar. Wij zijn ervan overtuigd dat als u uw Regel anno 2010 zou herschrijven, dat u er dan van zou maken: het leven van een monnik zou eigenlijk altijd moeten zijn als in de Paastijd! Wijzelf zouden daar tenminste erg voor zijn!'
 Twee vriendelijke ogen kijken de jonge monniken aan van boven de grote witte baard. 'Broeders, wat ben ik blij met deze vraag van jullie', zegt Benedictus dan, 'want ik heb wel in de gaten dat deze uitspraak lang niet altijd begrepen of gewaardeerd werd. Eindelijk kan ik eens uitleggen wat ik bedoelde toen ik dat schreef. Jullie weten volgens mij heel goed wat het is om hevig verliefd te zijn. Je probeert dan voortdurend bij je geliefde te zijn, en in de cyberspace van je hart en ziel ben je dan al bij je geliefde, dag en nacht. Zo is het ook met de monnik in de Veertigdagentijd.

Eigenlijk leeft hij al met hart en ziel in de Paastijd. Als je verliefd bent, heb je nergens anders meer belangstelling voor. Zo ook de monnik die ingelogd is op de Paastijd. Wie echter uitgelogd raakt, de verbinding met Pasen kwijtraakt, gaat manieren zoeken om zich wat op te peppen door middel van allerlei andere dingen. Dan ga je het bijvoorbeeld in teveel eten en drinken zoeken – of juist te weinig! Feitelijk is ons lijf ingesteld op wat het nodig heeft. Teveel of te weinig is altijd een kwestie van de geest van de mens. Wie ingelogd is, leeft met zijn geest al in eenheid met de Verrezen Heer, in Gods eenheid, en ziet en beleeft een stralende wereld.'

Daar worden de jonge monniken wel wat stil van. 'Al klinken uw woorden erg aantrekkelijk, we kunnen toch in alle eerlijkheid niet zeggen dat we deze ervaring kennen', zeggen ze dan. En Benedictus antwoordt: 'Dat is precies de reden waarom het leven van de monnik altijd moet zijn zoals in de Veertigdagentijd: om zó te leven dat je die ervaring voor jezelf mogelijk maakt. Maar kom, lieve broeders. Het is nu Paastijd! Hier hebben we naartoe geleefd al die veertig dagen lang. Nu mag je genieten van alles – niet meer als opvulling van een innerlijke leegte, maar omdat alles doorstraald is van Paaslicht. Met de verrezen Heer is heel de schepping in een nieuw licht komen te staan. Dat is geloof. Leven als in de Veertigdagentijd is leven in dat geloof, op zo’n manier dat het geloof levende werkelijkheid wordt. En nu, nu het Paastijd is, mag je een beetje pootje baden in dat nieuwe licht, uitproberen wat je er al van hebt meegekregen en doorleefd hebt … Zalig Pasen!'

Broeder Alberic

< terug naar het overzicht

armoede, gehoorzaamheid, zuiverheid Cisterci&eumlnzergroep Sion