D. Bernardo, de vorige generale abt van onze orde, hield ervan om mensen te prikkelen en uit te dagen. Zo zei hij op een keer: “Monnik word je door te leven en te doen als een monnik. Net zoals bij een portier bij een hotel, die is portier doordat hij daar zit en zijn werk doet”. Het roept filosofische vragen op, waar ik nu niet op in wil gaan. De vraag die ik mezelf wil stellen is: “Ben ik monnik doordat ik hier in abdij Sion als monnik leef en geprofest en gewijd ben als monnik?” Voor mijn eigen beleving is dat niet zo. Monnik werd ik op dat ene moment dat God mij overviel met een lichtende aanwezigheid, en ik opstond en wist: ‘God is er, dus ik ben monnik’. Volstrekt helder. De vorm waarin ik monnik moest worden was me niet zo duidelijk. Het maakte me eigenlijk ook helemaal niets uit. God is er, dus ben ik monnik en verder basta! Voor mij waren er tien tot twintig jaar nodig voordat ik voldoende geworteld was in het monniksleven om van harte te kunnen zeggen: de vorm is niet belangrijk. Leeftijd speelt bij dit loslaten natuurlijk ook mee. Ik was 29 jaar toen ik hier in Sion begon. Voor de leden van de CGS zal dit anders liggen. Toch lijkt me de vorming van groot belang, allereerst natuurlijk de vorming door het leven zelf. Door te leven als lekenmonnik word je lekenmonnik. Nu we al een tijdje bezig zijn als CGS, begint er een eigen wijsheid te groeien als lekenmonnik. Want ja, Bernardo had wel een beetje gelijk. Net zoals die portier bij een hotel word je lekenmonnik door als lekenmonnik te leven. Gewoon doen. Over de vorm valt nog veel te twisten. Dat geldt trouwens voor monniken en lekenmonniken van alle tijden. Dat wat ons bindt en van waaruit wij leven blijft staan. Het is het jawoord aan God dat ons bindt. De vorm waarin is van minder belang.
Broeder Alberic