Klein Kapittel

December 2008


Een eindeloos Kerstfeest

De nacht en de stilte zijn mij vertrouwd, al heb ik geen schapen en ben ik geen herder. Stille nacht, stille pracht, nachtstilte. Het hoort bij dit leven als monnik om in de nacht op te staan. Ik zou flink schrikken als ik een hele wolk engelen of zelfs maar één engel zou zien en horen zingen en tot mij horen spreken. Het zou van mij een totaal ander mens maken - ik kan me niet voorstellen dat ik na zo'n ervaring gewoon dezelfde zou blijven. Mèt dat ik dit zeg, voel ik schaamte. Alsof er engelen nodig zijn om mij 'om' te krijgen, alsof er mij al niet genoeg is gegeven, talloze keren, in ervaringen van allerlei soorten en maten. Ben ik dan nooit 'om' gegaan? Ja toch wel. Vele malen, en ook het 'om' gaan was afwisselend groot en klein, oppervlakkig en diepgaand. Het blijft verrassend dat het alsmaar verder kan gaan. Alsof iedere deur opengaat naar een nog grotere ruimte. Elke keer dat ik iets van God gewaar word en me daarnaar richt, is het Kerstmis, en elke keer is het weer alsof de peilloze rijkdom alleen maar groter wordt, dat dit eindeloos kan doorgaan, niet alleen een leven lang, zelfs een eeuwig leven lang. De hemel is Kerstmis. Vast. Eindeloos, een feest dat zonder einde groter wordt. En als ik nu alsnog een engel op mijn pad vind? Als de stilte van de nacht engelengezang wordt? Ach - was dat al niet heel vaak zo? En toch, als het ‘echt’ zou gebeuren, zou het uiteindelijk niet meer dan een stroomversnelling zijn. Het eeuwig leven stroomt al. Met Kerstmis wil ik dat vieren. Samen met velen die ik hetzelfde toewens.

de schreeuw die mij adem geeft
doortrekt heel mijn lijf
en ik voel me opgevangen
in koestering gedragen
onmiddellijk geef ik me gewonnen
laat me uitgestrekt neerleggen op jou
ik vertrouw me toe aan jou
stil lig ik nu te wachten
een kind, een heel leven
ontvang mij, neem mij op
gelukkig jij die mij zo opneemt
gelukkig jij die zo omgaat met leven, met wat weerloos is
gelukkig jij die mij tot moeder, vader wil zijn
je hebt het geluk al gevonden doordat je Mij herkent
mijn laatste ademtocht zal een schreeuw zijn die Adem geeft
en jij zult leven samen met Mij
als een kind zal Ik je opnemen
als een kind zul je je aan Mij toevertrouwen


Broeder Alberic


< terug naar het overzicht

armoede, gehoorzaamheid, zuiverheid Cisterci&eumlnzergroep Sion