Met telkens dezelfde slotantifonen
eindigen hier in abdij Sion de kleine
uurtjes. Om misverstanden te voorkomen: die kleine uurtjes zijn niet de
nachtelijke uren na middernacht! Met de kleine uurtjes worden de terts, sext en
noon bedoeld – de korte gebedsdiensten die we overdag bidden om 09.45,
12.15 en 14.20 uur. Waarom altijd diezelfde slotantifonen? Ach, we zouden best
wel eens andere slotantifonen kunnen kiezen maar deze antifonen, met hun
eigenzinnige trekjes, hebben op de een of andere manier hun plekje veroverd.
Eigenzinnig is hun structuur: normaliter bestaan slotantifonen op het einde van
elke gebedsdienst uit eerst een Maria-antifoon, daarna een antifoon met lof aan
God. Bij deze antifonen is precies andersom: eerst lof aan God, daarna als slot
Maria.
Dat eigenzinnige is nu ook net het aardige van deze antifoon.
Eigenzinnige is ook het nogal plompverloren rechtzinnige einde: 'Christus onze
God'. Dat is voor veel mensen net even iets te kort door de bocht, zelfs voor
diegenen die met het 'volop God, volop mens'-zijn van Christus nog wel gelovig
kunnen instemmen. En dan wordt Maria ook nog eens 'Moeder van God' genoemd! Nou
nou. Is dat allemaal niet wat te gortig? Ik herken de kritiek. Het zijn
kritische geluiden die ook door mij heen zijn gegaan. Maar ik vind dat niet
erg. Het mag van mij best een beetje prikkelend zijn. Het legt iets bloot van
ons denken, althans, het denken van de laatste pakweg dertig jaar. Te vaak
wordt naar het God-zijn van Jezus en het goddelijk moederschap van Maria
gekeken vanuit de kritiek dat Jezus en Maria daardoor veel te veel verheven
worden boven de gewone mensen uit.
Te weinig wordt gezien dat hierdoor God juist dicht bij gewone mensen komt, en dat dat nu precies de bedoeling is van het hele geloofsgeheim, het 'mysterium fidei' van de wonderbaarlijke ruil: 'Gij deelt ons mens-zijn en neemt ons op in uw goddelijk leven'. De boude formuleringen blijven prikkelen: 'Christus onze God' en 'Maria Moeder van God'. Prikkels die ons uitdagen om even nederig als God te zijn en in het gewaad van ons dagelijks bestaan dit geheim te laten gebeuren. Te voelen bij jezelf hoe dat is: dat temidden van jouw al dan niet geslaagd mensenleven God het centrum, de kern is en wil zijn. Te zien en te voelen hoe dat is als je naar een ander kijkt. Een gelaat, een gestalte, een net zoals jij al dan niet geslaagde mens, net als jij bedolven onder een dikke laag mensengedoe, en toch brandt daarbinnen licht. De praktijk leert me: er zijn telkens weer heel veel prikkels nodig om tot dáár door te stoten… Dus ik zing het graag, deze eigenzinnige antifoon – in de hoop dat ik kort door de bocht precies daar kom waar-ie me hebben wil: midden in het Godsgeheim hier en nu.
Broeder Alberic