Klein Kapittel

Mei 2008


Maria en het Godsgeheim

Met telkens dezelfde slotantifonen eindigen hier in abdij Sion de kleine uurtjes. Om misverstanden te voorkomen: die kleine uurtjes zijn niet de nachtelijke uren na middernacht! Met de kleine uurtjes worden de terts, sext en noon bedoeld – de korte gebedsdiensten die we overdag bidden om 09.45, 12.15 en 14.20 uur. Waarom altijd diezelfde slotantifonen? Ach, we zouden best wel eens andere slotantifonen kunnen kiezen maar deze antifonen, met hun eigenzinnige trekjes, hebben op de een of andere manier hun plekje veroverd. Eigenzinnig is hun structuur: normaliter bestaan slotantifonen op het einde van elke gebedsdienst uit eerst een Maria-antifoon, daarna een antifoon met lof aan God. Bij deze antifonen is precies andersom: eerst lof aan God, daarna als slot Maria.

Dat eigenzinnige is nu ook net het aardige van deze antifoon. Eigenzinnige is ook het nogal plompverloren rechtzinnige einde: 'Christus onze God'. Dat is voor veel mensen net even iets te kort door de bocht, zelfs voor diegenen die met het 'volop God, volop mens'-zijn van Christus nog wel gelovig kunnen instemmen. En dan wordt Maria ook nog eens 'Moeder van God' genoemd! Nou nou. Is dat allemaal niet wat te gortig? Ik herken de kritiek. Het zijn kritische geluiden die ook door mij heen zijn gegaan. Maar ik vind dat niet erg. Het mag van mij best een beetje prikkelend zijn. Het legt iets bloot van ons denken, althans, het denken van de laatste pakweg dertig jaar. Te vaak wordt naar het God-zijn van Jezus en het goddelijk moederschap van Maria gekeken vanuit de kritiek dat Jezus en Maria daardoor veel te veel verheven worden boven de gewone mensen uit.

Te weinig wordt gezien dat hierdoor God juist dicht bij gewone mensen komt, en dat dat nu precies de bedoeling is van het hele geloofsgeheim, het 'mysterium fidei' van de wonderbaarlijke ruil: 'Gij deelt ons mens-zijn en neemt ons op in uw goddelijk leven'. De boude formuleringen blijven prikkelen: 'Christus onze God' en 'Maria Moeder van God'. Prikkels die ons uitdagen om even nederig als God te zijn en in het gewaad van ons dagelijks bestaan dit geheim te laten gebeuren. Te voelen bij jezelf hoe dat is: dat temidden van jouw al dan niet geslaagd mensenleven God het centrum, de kern is en wil zijn. Te zien en te voelen hoe dat is als je naar een ander kijkt. Een gelaat, een gestalte, een net zoals jij al dan niet geslaagde mens, net als jij bedolven onder een dikke laag mensengedoe, en toch brandt daarbinnen licht. De praktijk leert me: er zijn telkens weer heel veel prikkels nodig om tot dáár door te stoten… Dus ik zing het graag, deze eigenzinnige antifoon – in de hoop dat ik kort door de bocht precies daar kom waar-ie me hebben wil: midden in het Godsgeheim hier en nu.

Broeder Alberic

< terug naar het overzicht

armoede, gehoorzaamheid, zuiverheid Cisterci&eumlnzergroep Sion