Gemeenschap: op elkaar betrokken zijn als zusters en broeders in een
voortdurend proces van onderlinge gehoorzaamheid. Daar vindt de voortdurende
bekering plaats om je vanuit jezelf te openen naar de ander.
Gemeenschap:
het afzonderlijkheid samenleven van de monnik. Men heeft dus tegelijk de
'cel', het eigen leven, innerlijk, in de priveesfeer en in de publieke sfeer
(bijvoorbeeld gezin en beroep) en de communiteit. In de communiteit verliest
men nooit zijn 'afzonderlijkheid', maar moet men bereid zijn in onderlinge
gehoorzaamheid en nederigheid te spreken, te luisteren en elkaar dienstbaar te
zijn. Hier staan oprecht respect voor de eigenheid en de eigen 'cel' van de
ander enerzijds en anderzijds het daadwerkelijk open en geconcentreerd
luisteren zonder te oordelen centraal.
Overige teksten:
De pijler
gemeenschap: Ik wil ingaan op:
a. wij zijn allen een gemeenschap in Christus
b. de cisterciënzer spiritualiteit en gemeenschap en
c. wij
lekencisterciënzers als gemeenschap
In het boek God zoeken van Esther de Waal gaat hoofdstuk acht over 'de mensen'. De ondertitel van dat hoofdstuk is: 'Wij zijn allen één in Christus'. Wat betekent dat voor mij? Wat betekent dat voor ons? Wat betekent 'Wij zijn allen een in Christus' voor ons als gemeenschap? Laten we drie minuten in stilte op die zin focussen: 'Wij zijn allen een in Christus'.
(stilte)
De aanwezigheid van Christus wordt door heel de RB aangevoeld als de rechtstreekse en centrale werkelijkheid van het benedictijnse leven. Voortdurend wordt ons in herinnering gebracht: de gekruisigde, verrezen, ten hemel gevaren Christus, de Heer van de schepping. De Regel geeft geen abstracte of vage theologische verhandeling over God en zijn mysteries. In plaats hiervan is de Regel doordrongen van de idee van de sacramentele ontmoeting met Christus in de omstandigheden van het dagelijks leven en in de stoffelijke dingen, maar vooral in de mensen. Want de heilige Benedictus was een 'Christusmens' : Christus was voor hem de totale zin van het christelijk leven, van het begin tot het einde. Zonder Christus heeft niets betekenis, met Christus zijn alle dingen mogelijk. (Bron: bewerkte tekst o.b.v. pag. 115 uit God Zoeken van Esther de Waal).
De idee van de sacramentele ontmoeting met Christus in de omstandigheden van het dagelijks leven vind ik in de eucharistieviering. Daar beleef ik intens in gemeenschap met andere aanwezige broeders en zusters dat Jezus ons zijn lichaam en bloed te eten en te drinken geeft. Voor mij keer op keer de belevenis dat ik mag deelnemen aan het goddelijk leven. Ik beleef 'wij zijn allen ééin Christus'. Dat geeft mij een bijzonder gevoel, heel fijn, mooi, schoon en zuiver. Ik denk 'misschien is dat iets mystieks'. Naarmate het dieper voelt, voel ik me intenser verbonden met alle mensen die op hetzelfde moment één zijn in Christus in de eucharistieviering. Ik voel dan gemeenschap. Voor mij is dat heel concreet. Voor een ander is het wellicht vaag.
Het leven van
de gelovigen in de eerste christelijke gemeenschap was concreet en te zien in
het concrete gedrag van mensen.
(Uit Hand.2,41-47)
Zij die zijn woord
aannamen, lieten zich dopen; en op die dag sloten zich ongeveer drieduizend
mensen aan. Ze wijdden zich trouw aan het onderwijs dat de apostelen gaven, en
aan de onderlinge gemeenschap, het breken van het brood en het gebed. Vrees
beving iedereen en er gebeurden vele wonderen en tekenen door toedoen van de
apostelen. Allen die het geloof hadden aangenomen, bleven bijeen en bezaten
alles gemeenschappelijk. Ze verkochten have en goed en verdeelden dat onder
allen naar ieders behoeften. Dagelijks gingen ze trouw en eensgezind naar de
tempel, braken bij iemand aan huis het brood, gebruikten samen hun maaltijden
in blijdschap en eenvoud van hart, loofden God en stonden in de gunst bij heel
het volk. De Heer breidde hun kring dagelijks uit; steeds meer mensen werden
gered.
Omdat wij allen één zijn in Christus, zijn Christus en gemeenschap met elkaar verbonden.
(Verwijzing naar noviciaat lessen, ingaan op het 'Eenheid in verscheidenheid', tekst 1, bijeenkomst 11, pag.1. Verder: Exordium hoofdstuk 10, communio. Gemeenschap en waarden van de cisterciënzers.)
Uit en naar aanleiding van de RB: het vormen van
één gebedsgemeenschap ondanks de verspreiding. RB 10, 50: Over
broeders die ver van de bidplaats hun werk hebben of die op reis
zijn.
'Broeders, die heel ver weg aan het werk zijn en de bidplaats niet op
tijd kunnen bereiken, de abt maakt uit of dit inderdaad zo is, verrichten het
Werk Gods daar ter plaatse waar ze bezig zijn en buigen hun knieën met de
vreze Gods. Eveneens mogen zij die op reis gestuurd worden de voorgeschreven
uren niet overslaan, maar zij moeten die voor zichzelf bidden zo goed als zij
kunnen en niet nalaten zich te kwijten van het dienstwerk waartoe ze verplicht
zijn.'
Het voornaamste blijft de regel: trouw te zijn aan het dagelijks gebed van de uren, deze uren zoveel mogelijk in gemeenschap mee te bidden, en wanneer men verhinderd is, ze op afstand met geest en hart in communio met zijn gemeenschap te bidden. Zo groeit en bloeit de mystieke eenheid van de kloostergemeenschap binnen die van de kerk.
Wat kunnen wij lekencisterciënzers met het begrip 'één gebedsgemeenschap', in de wetenschap dat we verspreid zijn over Nederland?Vragen die daarbij opkomen, gedachten...
Wat doen wij
zoal aan gemeenschapsvorming?
Officiële afsluiting van het
noviciaat
Intrede in de slotgroep
Maandelijkse afsluitende
viering, samen bidden en zingen
Delen wat we innerlijk ervaren, voelen en
denken
Gezamenlijke lectio divina op maandagen en
zaterdagen
Meditatie
Jaarlijkse retraite
We hebben contact met elkaar.
Sommigen zoeken elkaar op, sturen een kaartje, mailen.
We denken aan elkaar
in gebed
We doen samen mee aan de getijdengebeden in de abdijkerk, tijdens
onze bijeenkomsten.
We zoeken in verbondenheid ieder op onze eigen manier
God.
We accepteren de onderlinge verschillen.
We voelen ons allemaal op eoa manier verbonden met de
cisterciënzer spiritualiteit en met abdij Sion.
Kortom - we
hebben veel samen dat ons gemeenschap maakt zonder dat we dagelijks een
zichtbare gemeenschap zijn. In verbondenheid met elkaar zijn we de CGS. Samen
bidden verbindt ons in gemeenschap. Laten we dat nu praktisch toepassen door
samen hardop het Veni, sante spiritus
te bidden.
Veni, sante spiritus
Kom toch, Geest van
heiligheid;
zend vanuit uw heerlijkheid
van uw licht een lichtstraal
neer.
Die voor armen vader zijt,
gaven geeft en licht
verspreidt,
licht in onze harten, Heer.
Geest, Gij troost het
allermeest,
goede Geest van onze geest,
Geest, die onze geest
verfrist.
Die in arbeid rusten doet,
koelte schept waar hitte
woedt,
tranen uit de ogen wist.
Licht van hoogste zaligheid
dat
het hart de innigheid,
van wie U geloven, vult.
Zonder wat Gij wilt en
doet
is er in de mens niets goed,
niets dan schade, niets dan
schuld.
Was al wat besmeurd is rein en
besproei wat dor mocht
zijn;
heel wat wond is en mismaakt.
Buig het stijve zacht en
mild;
koester al wat is verkild;
leid wie van de weg afraakt.
Aan
wie door geloof en doop
van U zijn, vervuld met hoop,
geef uw zeven
gaven, Geest.
Geef ons, levend, deugdzaamheid;
geef ons, stervend,
zaligheid;
geef ons eeuwig vreugd en feest.
Esther de Waal eindigt in
het boek God Zoeken hoofdstuk acht
met: 'Liefde, vertrouwen, aanvaarding; dat zijn dingen die ik ontvang van
Christus, en pas als ik Christus ken en liefheb en besef dat ik door hem
gekend en bemind ben, kan ik ook mijn medemensen liefhebben. Mijn voornaamste
verhouding is die met Christus; door hem is het dat ik de band met anderen
smeed en dat ik geleidelijk groei tot rijpheid in het liefhebben, in liefde
geven en ontvangen.'
Met dit in gedachten wil ik meebouwen aan onze pijler
gemeenschap. Wij willen dat inhoud en vorm geven door 'op elkaar betrokken te
zijn als zusters en broeders' in een voortdurend proces van onderlinge
gehoorzaamheid. Daar vindt de voortdurende bekering plaats om ons vanuit
onszelf te openen naar de ander.
Harry Haagen