(Deze tekst is samengesteld uit citaten van Thomas Merton. Voor de volledige bronvermelding zie onderaan de pagina).
Niets is meer weerzinwekkend dan een pseudo-wetenschappelijke definitie van de contemplatieve ervaring. Een van de redenen is dat hij die deze ervaring betracht geneigd is de psychologische toer op te gaan, en er geen adequate psychologie van de contemplatie bestaat.
(Contemplatie) kan (…) niet klaar en duidelijk worden uiteengezet. Men kan er enkel naar alluderen en haar suggereren, haar omschrijven en erover praten in symbolen. Hoe meer wij ons inspannen om de contemplatie objectief wetenschappelijk te analyseren, des te meer ontledigen wij haar van haar echte inhoud. (…) Contemplatie kan niet worden aangeleerd. Want zulk een ervaring gaat gewoon de woorden en de redeneringen te boven.
Door de reacties en de gevoelens te beschrijven, situeren we de contemplatie waar ze niet is: in het oppervlakkige bewustzijn waar de reflectie haar kan observeren. De enige manier om zich te ontdoen van verkeerde noties betreffende de contemplatie, is ze aan den lijve te ondervinden.
***
De contemplatie bestaat niet uit trances of extases. Het is niet het plotse horen van onverklaarbare woorden, noch het zien van lichtverschijnselen. Het zijn niet de vurige emoties of de zoete gevoelens die samengaan met een religieuze vervoering. Het is ook niet het enthousiasme of het gevoel van 'gegrepen' te zijn door een bovennatuurlijke kracht en meegedreven te worden naar onze bevrijding op de wind van een mystische waanzin. (…)
De contemplatie (…) is niet van filosofische aard. Het gaat niet om het statisch begrijpen van essentiële metafysische begrippen, die waargenomen worden als spirituele objecten (…). Het gaat niet om de contemplatie van abstracte ideeën.
***
Voor de contemplatie komt het er niet op aan een passief en rustig temperament te hebben. Het is evenmin een geneigdheid tot inertie en psychische vrede. De contemplatief is ook niet iemand die ervan houdt na te denken over zwaarwichtige problemen en nog veel minder hij die erbij gaat zitten met een starre afwezige blik in de ogen. De contemplatie is meer dan mediteren of filosoferen. (…)
De contemplatie kan ook niet gelijk gesteld worden met een neiging tot gebed of de geneigdheid om vrede en voldoening te vinden in liturgische riten. Alhoewel zij nuttige voorbereidingen kunnen zijn tot de contemplatieve ervaring, toch kunnen zij zich er niet voor in de plaats stellen. De contemplatieve intuïtie heeft ook niets te maken met temperament. Het gebeurt wel dat een rustig persoon contemplatief wordt, maar de passiviteit van zijn karakter kan ook een beletsel vormen om de inwendige strijd en de crisis te boven te komen, die heel dikwijls noodzakelijk zijn voor een dieper spiritueel ontwaken.
Anderzijds kan een actief en gepassioneerd mens soms plots en zonder veel strijd tot de contemplatie komen. Maar als algemene regel moet men wel stellen, dat sommige actieve temperamenten van nature niet geneigd zijn tot de contemplatie en er pas toe komen ten koste van veel moeilijkheden. Zij doen er beslist beter aan er niet aan te denken en haar niet te zoeken om zichzelf er niet toe te verplichten absurde inspanningen te leveren die dan weer resulteren in onnodige spanningen en trauma's.
Zulke personen die een rijke verbeelding bezitten, gepassioneerd en actief zijn, spannen zich in om tot de contemplatie te komen alsof het eender welk ander object betrof: fortuin, een politiek mandaat, een professoraat aan de universiteit of het bisschopsambt. Want de contemplatie kan nooit het doel vormen van een berekende ambitie; het is niet iets dat wij ons vooropstellen te kunnen bereiken door de inspanningen van de geest, maar het levende water van de Geest waarnaar wij smachten zoals een opgejaagde, dorstige hinde uitziet naar een bron in de wildernis.
***
Laat niemand hopen in de contemplatie een vlucht te vinden, weg van conflict, angst of twijfel. Integendeel, de diepe onuitsprekelijke zekerheid van de contemplatieve ervaring maakt een tragische angst wakker en opent veel vragen in de diepte van het hart zoals wonden die blijven bloeden. Elke groei van deze diepe zekerheid gaat gepaard met een parallelle ontwikkeling van oppervlakkige twijfel. Deze twijfel druist niet in tegen het oprechte geloof, maar stelt meedogenloos het valse geloof in vraag: een geloof, dat slechts een passief aanvaarden is van conventionele opinies die ons toelaten normaal te leven en die we ten onrechte gaan verwarren met onze 'geloofsovertuiging'.
***
Wij zijn het trouwens niet die onszelf oproepen tot de contemplatie, maar God die verkiest ons daartoe te brengen.
(Contemplatie is) de religieuze bewustwording van God, dwars doorheen een leven in God (…) De contemplatie is een transcendente religieuze gave. Wij kunnen ze niet bereiken door alleen intellectuele arbeid of door verfijning van onze natuurlijke talenten. Het is niet een soort hypnose waarin we onszelf brengen door ons te concentreren op ons spirituele bestaan. Het is geenszins de vrucht van eigen inspanningen. Het betreft hier een zuivere gave van God, die in Zijn mildheid het mysterieuze en verborgen scheppingswerk in ons voltooit, door onze geest en ons hart te verlichten.
De christelijke contemplatie bestaat er niet in zich te verliezen in een wolk van vage gevoelens, maar eerder te ontwaken tot de volheid van leven en liefde dankzij de getuigenis van de geest van aangenomen kinderen, die ons doet uitroepen: 'Abba, Vader' (Brief aan de Romeinen, 8, 15).
De contemplatie is de hoogste uitdrukking van het intellectuele en spirituele leven van de mens. Het gaat hierbij om dat leven zelf dat totaal alert, actief en bewust wordt van haar eigen vitaliteit. Het is een spirituele verrukking. Het is het spontane respect voor het sacrale karakter van het leven en het zijn. Het is de dankbaarheid die bij ons opkomt wanneer we geconfronteerd worden met het leven, met het bewustzijn en het zijn. Het is het diepe besef dat leven en zijn in ons voortkomen uit een onzichtbare, transcendente en oneindig milde Bron.
De contemplatie is bovenal de bewustwording van de realiteit van deze Bron. Zij kent deze Bron op een duistere en onverklaarbare manier, maar met een zekerheid die de rede en het louter geloven te boven gaat. Want de contemplatie is een soort spirituele manier van zien, waar rede en geloof van nature uit naar streven, want zonder deze visie blijven geloof en rede onvolledig. Toch is contemplatie geen echt zien, want ze ziet zonder te zien en ze kent zonder te kennen. Het betreft hier een grotere diepgang van het geloof en een vorm van kennen die te diep is om in beelden, woorden of precieze begrippen gevat te worden. Want in contemplatie kennen wij door niet-kennen, of beter gezegd wat wij weten gaat kennis en niet-weten te boven. (…) De contemplatie overstijgt altijd onze eigen kennis, inzichten en denksystemen, uiteenzettingen en gesprekken, dialogen en ons leven zelf.
***
Nog anders uitgedrukt, de contemplatie is gericht op een transcendent en onuitspreekbaar kennen en zelfs ervaren van God. De ziel kent God, want zij komt bijna in aanraking met Hem; of liever gezegd, zij kent Hem zoals zij op een onzichtbare manier geraakt wordt door Hem die geen handen heeft maar zuivere Realiteit is en Bron van alle realiteit! Daarom is de contemplatie een plotse gave van bewustwording, een ontwaken tot de Realiteit van alles dat echt is, een levendig begrijpen van het Oneindig Wezen dat aan de oorsprong zelf ligt van ons eindig bestaan (…), ontvangen als een geschenk van God en een totaal gratuite gave van Zijn Liefde.
***
De contemplatie is ook een antwoord op een oproep: een
oproep van Hem die, alhoewel Hij geen stem heeft, toch duidelijk spreekt in
alles wat bestaat en vooral in de diepten van ons wezen, want wijzelf zijn Zijn
woorden. Maar wij zijn woorden die juist bestemd zijn om Hem te antwoorden en om
Hem tot klankbord te dienen, om Hem in zekere zin te begrijpen en te vertolken.
Deze echo van God is de contemplatie. Het is de diepe weerklank in de grootste
intimiteit van onze geest, wanneer ons eigen leven zijn onderscheiden stem
verliest en alleen de majesteit en de genade van de verborgen levende God, die
in ons Zijn intrek heeft genomen, onze stem doet weerklinken. (…) Alles
kan samengevat worden niet in een idee, maar in een ervaring: 'Ik
ben'.
***
De contemplatie is (…) veel meer dan het louter nadenken over abstracte waarheden betreffende God, meer zelfs dan een gevoelsmatige meditatie over de punten van ons geloof. Het is het plotse besef en het verbazingwekkend intuïtief begrijpen waarin de liefde de zekerheid verkrijgt van Gods krachtige en scheppende tussenkomst in ons dagelijkse leven. Daarom neemt de contemplatie er ook geen genoegen mee een klaar idee over God te ontdekken, om Hem dan als een gevangene opgesloten te houden binnen de beperkingen van deze gedachte waarop men altijd kan terugvallen. De contemplatie (…) is een zuiver maagdelijke kennis, arm aan begrippen en nog armer aan denkschema's. Door deze armoede en door deze zuiverheid is onze kennis juist in staat het Woord te volgen 'overal waar Het gaat'.
***
De contemplatie is en kan geenszins een functie zijn van het oppervlakkige ‘ik’. Er bestaat een onoverbrugbare tegenstelling tussen mijn diep en transcendent wezen dat slechts aan bod komt gedurende de contemplatie, en mijn meer oppervlakkig en naar buiten gericht wezen dat wij normaal met ‘ik’ aanduiden. We moeten er de aandacht op vestigen, dat dit oppervlakkige en uiterlijke ik niet ons echte wezen is. Het is onze individualiteit en onze empirische eigenheid, maar het vertegenwoordigt helemaal niet het verborgen en mysterieuze wezen dat bestaat in de ogen van God. Het ik dat in deze wereld actief is, nadenkt over zichzelf en steeds maar praat over zichzelf, is niet het eigenlijke ‘ik’ dat in Christus één is met de Vader. In het beste geval gaat het hier slechts om het kledingstuk, het masker en de vermomming van het ongekende ‘ik’ dat de meesten onder ons slechts na hun dood ontdekken.
De contemplatie is een ervaring van de werkelijkheid als subjectief (…). De contemplatie komt niet tot de waarheid door verstandelijke deducties, maar door een intuïtief ontwaken waarin onze vrije en persoonlijke realiteit haar eigen existentiële diepte ziet in het mysterie van God. Voor de contemplatieve geest bestaat er geen ijdele affirmatie van onze individualiteit als het uiteindelijk echte ‘ik’, maar wel het bescheiden begrijpen van ons eigen mysterieus bestaan als personen waarin God met Zijn oneindige zachtmoedigheid en Zijn onvervreemdbare kracht Zijn intrek heeft genomen.
***
En zo moet de contemplatief de diepe angst kennen niet meer te weten wie God is. En misschien is dit wel goed: God is geen ding, maar een zuiver Wezen. Hij is de Levende God, Jahwe en Hij die is. (…) Wij mogen in onze kleinheid een echo zijn van Zijn oneindige Grootheid en ook zeggen zoals Hij: 'ik ben'.
Wij zijn tot het leven geroepen door het woord van de Schepper die wil dat wij bestaan. (…) Hij verlangt dat Zijn schepselen, die met verstand en vrije wil werden begiftigd, zouden leven als Zijn kinderen. Wij werden vrijgekocht door Christus, opdat wij in Christus zouden leven. De Vader heeft Zijn eigen Zoon in de wereld gezonden; de Zoon heeft zich van alle waardigheid ontdaan en is gehoorzaam geworden tot de dood. (…)
Om binnen te gaan in het domein van de contemplatie, moeten we in zekere zin eerst sterven, maar deze dood is in feite maar onze opname in een hogere vorm van leven. Het gaat om een sterven uit liefde tot het leven dat voorbijgaat aan alles wat we kennen en koesteren zoals het eigen leven, onze gedachten en onze ervaringen, onze vreugde en ons bestaan.
En nu verstaan we wellicht beter de grote paradox van Sint Paulus: wij leven, ja, maar in Christus leven wij alsof wij 'niet bestonden' en alsof Hij alleen bestaat in ons. (…) 'Met Christus ben ik gekruisigd. Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij; terwijl ik leef in het vlees, leef ik in het geloof van de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en die Zich voor mij heeft overgeleverd' (Gal. 2, 20).
De christelijke contemplatie is dus een lofzang voor God die Zich totaal aan mij heeft gegeven, opdat ik totaal voor Hem zou bestaan: niet door mijzelf te vernietigen, maar door mijzelf te overstijgen in de kracht van Zijn genade en Zijn Geest.
Uit: Thomas Merton, New Seeds of Contemplation
(Zaadkorrels van contemplatie)
Bewerking/arrangement: Eliane
Popa